Monthly Archives: oktober 2013

De dwaas die faalde

Over Adolf Hitler worden nog steeds veel boeken geschreven. Behalve serieuze historische werken nu ook komische. Het boek van Timur Vermes Er ist wieder da is een bestseller in Duitsland.

Van de serieuze werken is vaak de centrale vraag: hoe heeft Hitler zo veel macht kunnen vergaren? Dat is inderdaad een belangrijke vraag, want wie kijkt naar de kwaliteiten van Hitler komt vaak niet veel verder dan oratorisch vermogen. Tijdgenoten vonden hem een fascinerend spreker, partijgenoten verbaasde hij met zijn visie en genadeloze keuzes, generaals imponeerde hij met zijn kennis van legeronderdelen, wapensystemen en tactieken (zie voor dat laatste: Guide Knopp, Die Wehrmacht; eine Bilanz. 2009).

Tot 1939 was Hitler zeer succesvol: verwerping van het Verdrag van Versailles en daarmee stoppen met het betalen van oorlogsschulden, herovering van het Rijnland en het inpikken van Sudeten-Duitsland, effectieve bestrijding van de crisis en de daaraan gekoppelde werkloosheid, invoering van vakantie en sociale zekerheid voor arbeiders, verbod op politieke partijen behalve de zijne en afschaffing van verkiezingen en het parlement.

Was Hitler op dat moment overleden of vermoord, dan was zijn faam alleen maar groter geworden. Nu weten we dat hij Duitsland en veel andere landen en volken in het verderf heeft gestort.  Zijn doel, Europa te beheersen, heeft hij nooit bereikt. Hij was de man die faalde, een loser. Misschien was de belangrijkste oorzaak van dat falen het ontketenen van een oorlog die Duitsland nooit kon winnen: Duitsland was weliswaar groot en sterk, maar het beschikte bijvoorbeeld niet over het materieel om legers op Britse grond te zetten. Duitsland kon alleen het vasteland van Europa bezetten en slaagde daar zeer goed in: het vaste land van West-Europa werd in rap tempo onder de voet gelopen. Om die landen te bezetten waren veel manschappen nodig die niet konden deelnemen aan de volgende fase: de strijd in Oost-Europa. En juist daar faalde hij: Rusland was te groot om snel te bezetten en ook daar ontbrak het hem aan voldoende materieel om de vijand snel ten val te brengen. Tot aan de inval in Rusland zond Rusland onmisbare goederen naar Duitsland. En toen Hitler– volledig onnodig (Zie Ian Kershaw, Fatal Choices; ten decisions that changed the World 1940-1941. 2007, p. 382 e.v.) – de VS de oorlog verklaarde had hij er een machtige vijand bij, die weliswaar op twee fronten moest vechten, maar qua bevolkingsomvang en productievermogen Duitsland verre overtrof.

De generaals die geloofden in het genie van Hitler en zijn dwaze plannen steunden en uitvoerden, hadden zelf vaak zeer beperkte oorlogservaring. Het Duitse leger was onder Hitler, vanaf 1933, zo snel gegroeid, dat officieren snel promotie maakten omdat er snel veel officieren nodig waren. De generaals uit de eerste Wereldoorlog waren te oud voor actieve dienst of aan de kant gezet omdat zij niet voldoende pro-Hitler waren. (Volgens Knopp klaagde Hitler: ‘Meine Generale verstehen nichts von Kriegswirtschaft’- p.102). Hitler zelf had wel veel oorlogservaring en na de eerste wereldoorlog maakte hij gebruik van de steun van oud-frontsoldaten om zijn partij te organiseren.

Kijken we preciezer naar de oorlogservaring van Hitler, dan moeten we constateren dat die wel langdurig, maar ook zeer eenzijdig was. Alleen al het feit dat Hitler vier jaar oorlog had overleefd moet argwaan wekken: de meeste soldaten overleefden de strijd maar een paar maanden. Dat Hitler het zo lang kon volhouden was, omdat hij net als de officieren, niet aan het front vocht. Hoewel ongeschoold, zowel militair als in algemene zin (hij had met moeite de middelbare school afgerond), kreeg hij als ordonnans zicht op de bewegingen in de strijd. Hij bracht instructies van de legerleiding naar het front, althans naar de dienstdoende officieren daar in de achterhoede, en bracht informatie terug naar de legerleiding. Die tochten waren niet zonder gevaar, want granaten konden afzwaaien, en hij is ook een paar keer gewond geraakt, maar dat gevaar was vele malen kleiner dan aan het front zelf, vooral als er daadwerkelijk werd geschoten. Ordonnansen kunnen de heetste plekken vermijden, zich schuil houden, en zich weer bewegen als de kust veilig is. Hitler was daar voortreffelijk in, anders had hij het niet vier jaar volgehouden! Door die ervaring kende hij wel het soldatenleven, meer als waarnemers dan als medestrijder, maar daar kon niemand na de oorlog nog details over vertellen: van de echte frontsoldaten waren er maar weinig die hem al die tijd hadden meegemaakt; alle anderen waren eerder gesneuveld of veel later gearriveerd. Daarom kon Hitler steeds de schijn hooghouden dat hij een ervaren frontsoldaat was. Vermoedelijk heeft hij kritische soldaten die hem hadden kunnen ontmaskeren als achterhoede-waarnemer, monddood gemaakt toen hij daar genoeg macht toe had.

In de vier jaar dat hij ordonnans was had hij veel geleerd over legers en legeronderdelen, over bevoorrading en tactiek en andere militaire zaken. Hij was breed en diepgaand geïnformeerd over veel aspecten van de oorlogsvoering, beter dan de meeste soldaten en officieren, die vaak maar een beperkt legeronderdeel zien. Een belangrijk leerpunt uit de eerste wereldoorlog was, dat een doel, hoe beperkt ook, mensenlevens mag kosten, veel mensenlevens. Om een heuvel zonder veel strategische waarde te heroveren werden tienduizenden mensenlevens geofferd, om de heuvel daarna weer prijs te geven. Wat gold was, dat een doel werd gesteld en dat doel werd bereikt, hoe dan ook. Die houding hebben Hitler en zijn trawanten zich volledig eigen gemaakt en vastgehouden tot de laatste dagen van de tweede wereldoorlog. Het doel heiligt elk middel. Wordt het doel niet bereikt, dan verdienen allen die daar schuldig aan zijn de dood. Defaitisten, twijfelaars, sceptici, en zeker ook critici, verdienen de doodstraf, ook als de oorlog feitelijk al verloren is. Toen Hitler begreep dat hij definitief gefaald had, er geen  wonderwapens meer zouden komen om het tij te keren,  paste hij die straf ook toe op zichzelf. Toen bleek, zoals de Duitsers zeggen: ‘Jede Konsequenz führt zum Teufel’.

Militair heeft Hitler dus volledig gefaald: hij kon een oorlog beginnen, maar hem niet winnen. Zijn kennis van legers en legeronderdelen was groot, maar volledig gebaseerd op verouderde kennis uit de jaren 1914-1918. Feitelijk maakte het Duitse leger alleen gebruik van conventionele wapens, weliswaar in een modern jasje, maar Hitler was onbekend met en huiverig voor wapensystemen die zich nog niet hadden bewezen. Hij wantrouwde  theorieën van joodse geleerden en technici. Zijn toestemming om te experimenteren met zwaar water ter voorbereiding van de productie van splijtstof (uranium), was halfslachtig. Hij vertrouwde meer op de V-1 en de V-2, feitelijk eenvoudige vliegende bommen die een kleine lading explosieven konden vervoeren en nauwelijks met enige preciesheid op een doel waren te richten. Ze richtten schade aan, maar de geallieerden bombardementen op Duitse steden waren vele malen destructiever. Het wonderwapen waar Hitler regelmatig over sprak had de atoombom kunnen zijn, als Duitsland, net als Amerika, duizenden geleerden jarenlang in het diepste geheim en zonder enige financiële beperkingen aan het werk had kunnen zetten, zonder dat de Gestapo zich ermee zou bemoeien. Hoe zeer de Gestapo geleerden onder druk kon zetten had Werner von Braun gemerkt, toen zijn V-2 niet snel genoeg operatief was. Hij werd verdacht van sabotage. Von Braun slaagde daarna in een bom van één ton 150 km door de lucht te verplaatsen. Moeten we blij zijn dat het Duitse politieke systeem onder leiding van Hitler zulke foute keuzes maakte?

Wat Hitler ook volledig fout beoordeelde waren de geografische feiten. Hitler had in de eerste wereldoorlog in België en Noord-Frankrijk aan het front gebivakkeerd. Daarna was hij van Wenen naar München gereisd. München beschouwde hij als een wereldstad in het centrum van de wereld; in ieder geval in zijn eigen kleine universum. Toen Hitler aan de macht was bezocht hij Italië, om de Duce te ontmoeten. Toen Fankrijk was bedwongen waagde hij zich onder bescherming van het leger in Parijs. Het brandende Praag zag hij vanaf veilige afstand door een verrekijker. Dat waren de grootste reizen die Hitler, een Oostenrijkse provinciaal, ooit heeft gemaakt. Tijdens de tweede wereldoorlog heeft hij, net als inde eerste, nooit echt een front bezocht, nooit de oorlog van dichterbij gezien. In de Wolfschanze, zijn militaire hoofdkwartier in de bossen van Oost-Pruisen – in wat nu Polen is –  boog Hitler zich over landkaarten, waar je een grote afstand met één potloodhaal overbrugt. Hitler dacht dat hij maar hoefde te bevelen of die afstanden werden ook in rap tempo door zijn legers overbrugd. Maar op landkaarten zie je niet de modder die voor wegen moet doorgaan of de extreme kou waardoor de smeerolie in het carter van de dieselmotor van een tank bevriest en legers noodgedwongen tot stilstand komen.

Feitelijk was Hitler altijd de dromer gebleven die hij als kunstenaar was, toen hij in Wenen ansichtkaarten schilderde en verkocht om in zijn levensonderhoud te voorzien, nadat hij door de kunstacademie was afgewezen; hij was een niet onverdienstelijke zondagsschilder, meer niet. Hij miste een eigen stijl en de moderne stromingen waren volledig aan hem voorbijgegaan. Later nam hij wraak op die ‘Entartete Kunst’. Hitler geloofde dat een schets van de toekomst realiteitswaarde had. Met zijn dromen wist hij vele volgelingen aan zich te binden, volgelingen die radeloos waren door de gevolgen  van een verloren wereldoorlog en de uitzichtloze crisis van de jaren dertig en bereid waren de weg in te slaan die hij hen bood. Slechter kon het immers niet worden! En inderdaad, aanvankelijk leek het beter te worden, maar uiteindelijk werd het slechter dan men ooit had kunnen geloven.

Zet daar eens zijn belangrijkste Europese opponent tegenover: Winston Churchill. Churchill was geen dromer; hij was een realist, tot op het cynische af. Churchill geloofde niet in dagdromerij en mooie praatjes. Churchill had verschillende ministerposten gehad, o.a. die van minister van  marine, en kende de wereld; hij had als schrijver en militair, vaak  in een onduidelijke combinatie waarin hij voor kranten schreef maar ook regelmatig meevocht, verschillende uithoeken van het Britse imperium bezocht. Toen de tweede wereldoorlog was uitgebroken reisde Churchill naar de VS om steun te bepleiten en later naar Moskou en Teheran, bijvoorbeeld. Churchill kende de grootte van landen en continenten, de afstanden over land, door de lucht en over zee. Hij begreep dat om op het vaste land van Europa te landen een vloot nodig was van vele duizenden schepen voor manschappen en voorraden, een armada waar jaren van voorbereiding voor nodig waren en in een omvang waar Hitler alleen maar over had kunnen dromen toen hij zijn leger de opdracht gaf Engeland te veroveren. Duitsland beschikte over slagschepen, onderzeeërs, en jachtbommenwerpers, maar daar kun je een land niet mee bezetten.

Zijn meest lugubere droom, een Europa dat van joden gezuiverd zou zijn, heeft Hitler voor 50% bereikt. Die inspanningen gingen ten koste van militaire slagkracht en dat is slechts een schrale troost. Zonder jodenvervolging had Hitler ook de oorlog verloren omdat Rusland en Amerika samen vele malen groter waren dan Duitsland, maar de oorlog had dan vermoedelijk langer geduurd.

Samenvattend kunnen we concluderen dat Hitler een provinciaaltje en dagdromer was, die dankzij de eerste wereldoorlog en de nasleep daarvan in Duitsland, en door de crisis van de jaren dertig, de indruk wist te wekken dat hij Duitsland in de goede richting kon sturen, als minst slechte oplossing tussen extreem links en verdeeld rechts. Hij was meedogenloos genoeg – door karakter en vermoedelijk door de ervaringen in de eerste wereldoorlog – om elke oppositie tegen zijn plannen, eerst binnen zijn eigen partij, daarna in  het land en in het leger, uit te schakelen, zo ongeveer als Stalin in dezelfde tijd deed in Rusland. Eenmaal stevig in het zadel manoeuvreerde Hitler zijn land in een oorlog die desastreus werd voor de landen in Europa, inclusief Duitsland zelf en Hitler zelf.

Hoed u voor dromers!