Populisme

Recept voor een populistische partij

  1. Besef dat in een samenleving iedereen elkaars concurrent is: op de arbeidsmarkt, op de markt voor uitkeringen, op de markt voor woningen, op de consumentenmarkt. Wat een ander krijgt, krijg jij niet. Concurrentie op de banen- en uitkeringsmarkt leidt tot lagere lonen en inkomsten, concurrentie op de woningmarkt en consumentenmarkt  tot hogere huren en prijzen. Deze concurrentie wordt vooral gevoeld als je solliciteert op een baan of als je op de wachtlijst staat voor een goede woning. Het geldt zelfs bij de jacht op een partner: als een ander weg loopt met degene waar jij je oog op had laten vallen ben je op zijn minst teleurgesteld, misschien zelfs kwaad op die concurrent en op degene die jou heeft versmaad!
  2. Deze concurrentie bestaat vooral binnen sociale lagen, niet tussen die lagen, en is sterker in de lagere sociale lagen dan in de hogere: binnen de lagere sociale lagen zijn er meer concurrenten, binnen de kleinere, hogere sociale lagen bepalen opleiding, traditie en afkomst ieders positie: men is eerder een vrindenclub dan een speler op een competitieve markt.
  3. Het besef dat alle anderen je concurrenten zijn wordt gecompenseerd door de banden die je hebt met de mensen in jouw buurt: je familie, je vrienden, de leden van dezelfde vereniging (kerk, sportclub, politieke partij enz.). Je bent misschien zelfs blij voor die ander als die een goede baan, een leuke woning of een lieve partner vindt. Dit maakt de eventuele onlustgevoelens over concurrenten tot een vaag en latent gevoel, dat meestal wordt overheerst door andere, meer positieve gevoelens.  Feestjes, cadeautjes en andere rituelen bevestigen de band met de jouwen.
  4. De latente onlustgevoelens kunnen dus geen basis zijn voor het stimuleren van haat tegen “anderen”, want zij zijn als jij, het is je familie, het zijn je vrienden of het zouden je vrienden kunnen worden.
  5. Dit wordt anders als er één of meer groepen in de samenleving zijn die niet zijn zoals jij, je familie of je vrienden; die qua uiterlijk, kleding, taal, religie en gebruiken duidelijk herkenbaar afwijken van jouw soort mensen.  Dan worden het herkenbare concurrenten zonder de compenserende factor van de banden die je hebt met jouw soortgenoten.
  6. Nu is er een grondslag voor populistische propaganda: ‘Let op! Zij (die anderen) proberen jou je mooie leventje af te pakken! Zij pikken je baan in, je huis, je straat,  zij eisen uitkeringen en toeslagen, allemaal ten koste van jou! Ze pakken jou je cultuur af en je zekerheden! Het zijn criminelen die je niet kunt vertrouwen! Maar er is een oplossing: zij moeten hun mond houden, zij moeten zich aanpassen of zij moeten weg.’
  7. Deze populistische propaganda maakt nu de latente onlustgevoelens manifest. Er is nu een naam gegeven aan de ongenoegens, zelfs ongenoegens die een volstrekt andere oorzaak  hebben krijgen nu een plaats.  De herkenbare ander is de vijand, niet de vriend of anderen van jouw soort. Een deel van de bevolking voelde zich toch al niet helemaal happy, bijv. door een mislukte schoolcarrière, een slecht betaalde baan, zich niet volwaardig geaccepteerd voelend, enz. Zij steunen de populistische partij die zulke duidelijke standpunten heeft;  die de waarheid durft te zeggen. Alle andere partijen draaien om de hete brij heen, zij verdoezelen de feiten, zij zijn bang maatregelen te treffen. Die zijn dus slap, het zijn alleen maar zakkenvullers, die moeten ook bestreden worden.
  8. Een deel van de aanhang gelooft in een complot: die afwijkende minderheidsgroep heeft veel soortgenoten in het buitenland en zij beramen in het geheim een machtsovername in jouw land.
  9. Dankzij deze redeneertruc heb je een zondebok aangewezen; dat ontslaat  je van de moeilijke taak echte problemen diepgaand te analyseren en er werkzame oplossingen voor te bedenken en die oplossingen ook nog eens uitvoerbaar en betaalbaar te maken in overleg met andere politieke partijen en maatschappelijke organisaties.  Je kunt nu volstaan met goedkope praatjes!
  10. Deze populistische tactiek heeft uitstekend gewerkt tegen joden, moslims, chinezen, heksen, ketters, negers, zigeuners, enz. Deze aanpak leidt de aandacht namelijk af van de hogere sociale klassen die het mikpunt zouden kunnen worden van agressie door de lagere klassen als die hun positie zouden willen verbeteren ten koste van de rijke bovenlaag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *