Religie en moreel gedrag

In November 2015 verschenen de uitkomsten van een studie van de Universiteit van Chicago naar moreel gedrag van kinderen tussen 5 en 12 jaar in Canada, China, Jordanië, Turkije, de VS en Zuid-Afrika. Het ging om de relatie morel gedrag en religie: zijn kinderen uit een religious gezin meer bereid spullen te delen met andere kinderen dan kinderen uit een niet-religieus gezin?

Het onderzoek concludeert:

‘Consistent with previous studies, in general the children were more likely to share as they got older. But children from households identifying as Christian and Muslim were significantly less likely than children from non-religious households to share their stickers. The negative relation between religiosity and altruism grew stronger with age; children with a longer experience of religion in the household were the least likely to share. (vet gemaakt door mij, KS)

Children from religious households favored stronger punishments for anti-social behavior and judged such behavior more harshly than non-religious children. These results support previous studies of adults, which have found religiousness is linked with punitive attitudes toward interpersonal offenses.

“Together, these results reveal the similarity across countries in how religion negatively influences children’s altruism. They challenge the view that religiosity facilitates prosocial behavior, and call into question whether religion is vital for moral development—suggesting the secularization of moral discourse does not reduce human kindness. In fact, it does just the opposite,” Decety said.’

Bron: http://news.uchicago.edu/article/2015/11/05/religious-upbringing-associated-less-altruism-study-finds?utm_source=newsmodule.

Op 6 november besteedde presentatice Ghislaine Plag in het radioprogramma ‘De ochtend’ (KRO/NCRV) aandacht aan dit onderzoek. Zij vond de uitkomsten van dit onderzoek verbazingwekkend. Zij meende dat zij, zelf christelijk, meer met moraal was opgevoed dan niet-religieuze kinderen. (http://www.radio1.nl/items/326755-). Dit is typerend van tal van christenen en aanhangers van andere religies. Het verraad een zekere morele arrogantie. Ooit verbaasde een zeer religieuze vrouw zich over haar waarneming, dat wij, ongelovige ouders van een paar kinderen, ook moreel besef hadden. Een andere keer meende een jonge vrouw, zelf gelovig, dat ongelovigen maar raak kunnen leven omdat zij niet geloven in hemel en hel. Mijn reactie was, dat zij dus kennelijk alleen uit angst voor de hel leefde naar de geboden uit de Bijbel, dus eigenlijk vanuit eigenbelang. Uit het geciteerde onderzoek bleek ook, dat religieuze ouders strenger straffen dan niet religieuze ouders. Ik, humanist, probeer na te denken wat mijn gedrag betekent voor anderen, of ik misschien leed veroorzaak. Zelf nadenken lijkt mij een betere raadgever da de vele, vaak onbegrijpelijke voorschriften uit oude, ‘heilige’ boeken. Zo hebben joden haast onuitvoerbare spijswetten, moslims onzinnige kledingvoorschriften, zoals de lengte van broekspijpen. Moraal gaat over wat je anderen aandoet, niet over hoe je straf kunt ontlopen. Geen wonder dat kinderen uit een niet-religieus gezin beter weten om te gaan met eerlijk delen dan kinderen uit een religieus gezin!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *