De Blanke Boze Burger?

Het probleem

Op 8 november 2016 won Donald Trump onverwacht de verkiezingen voor het presidentschap van de Verenigde Staten van Amerika. Eerder dat jaar kozen de Britten in meerderheid – ook onverwacht – voor ‘Brexit’, het verlaten van de Europese Unie.  In ons land werd bij raadgevend referendum het Oekraïneverdrag afgestemd.

Het lijkt alsof de kiezers in opstand zijn gekomen tegen de heersende elite. Zo praten hun woordvoerders er ook over: de elite luistert niet naar ons, het volk, en het volk pikt dat niet langer. Of is het alleen de blanke man die boos is? Waarom zou de blanke man boos zijn? Het gaat hem toch goed en is hij is toch bijna overal de baas? Hebben vrouwen, minderheden en mensen met een donkere huidskleur niet meer redenen om boos te zijn? Of is het alleen de blanke, laaggeschoolde, door bijna iedereen voorbijgestreefde, blanke man die boos is? Is het een rassenprobleem of een klassenprobleem, of een heel ander probleem?

De oorzaken

Ik denk dat veel blanke mannen en vrouwen boos zijn omdat ze bang zijn. Als je bang bent word je boos op wie of wat jou bedreigt. Zij zijn bang voor de toekomst: houd ik mijn werk, houd ik mijn inkomen, mijn huis, mijn pensioen? Zullen mijn kinderen het redden? Die angst is niet vreemd: tijdens de financieel-economische crisis die in 2008 zichtbaar werd verloren in de VS en Europa miljoenen mensen hun werk, inkomen, huis. Zij verwachtten dat de politiek, hun regering, daar wat aan zou doen, maar dat gebeurde niet. Banken werden gered, maar veel andere particuliere ondernemingen gingen reddeloos ten onder. Sinds de neo-liberale revolutie van Reagan, Thatcher, Blair en Kok grijpen westerse regeringen niet meer in in de economie: het is de markt die het herstel moet brengen; de staat kan dat niet, die kan alleen maar markten verstoren. Dit is een ijzersterke politieke theorie. Je hoeft als regering niet in te grijpen, niemand te redden, want als je zou ingrijpen zou de crisis alleen maar erger worden en langer duren. En net als mensen die hun inkomen zien kelderen baan vermindert de overheid haar uitgraven, om zo een vergroting van haar schulden te voorkomen. Maar anders dan bij de particulier, die zijn uitgaven aanpast aan veranderende situatie, zonder dat daarmee de economie ingrijpend wordt beïnvloed, verergert de overheid die bezuinigt de krimp van de economie: als het totaal van alle  vraag naar goederen en diensten in een land omlaag gaat, dan gaat ook de productie van die goederen en diensten omlaag, worden dus nog meer mensen ontslagen, dalen inkomens enzovoort. De meeste economen weten dit en hebben ervoor gewaarschuwd. Waarom heeft de Nederlandse overheid, in lijn met de andere leden van de Europese Unie, dan toch vertrouwt op de markt? Dat is, omdat de communistische planeconomieën schromelijk hebben gefaald! Omdat overheden niet de voorkeuren van consumenten kennen, noch in staat zijn efficiënt te produceren wat klanten vragen. De markt is daarvoor de oplossing! En dat werkt uitstekend voor wie de juiste scholing heeft, jong en zelfredzaam is, verstandige keuzes maakt. Terzijde: de markt veronderstelt dat iedereen ondernemer kan worden en naar believen kan toetreden tot elke markt of kan uittreden, dat iedereen volmaakt geïnformeerd is over wat er te koop is en tegen welke prijs; en dat die informatie morgen ook nog geldt. Gegeven die onrealistische voorwaarden is iedereen dus zelf verantwoordelijk voor zijn succes. En wie niet zijn plaatsje onder de zon weet te veroveren, moet beter zijn best doen! Liberalen, sociaaldemocraten en Christendemocraten, feitelijk alle middenpartijen, hebben die visie omarmd en ernaar gehandeld. En in tijden van hoogconjunctuur brengen de vrije markten en de vrijhandel welvaart; weliswaar niet voor iedereen, want sommigen verliezen hun werk omdat er landen zijn die hetzelfde goedkoper kunnen produceren, maar de inkomensgroei van de bofkonten zal omlaag druppelen naar de achterblijvers. Dat heet tickel-down economics. Maar er zijn winnaars en verliezers.

In elke samenleving zijn er verbindingen en scheidslijnen. Met de leden van je gezin, familie, groep, volk voel je je verwant. Je kunt er ruzie mee hebben, zelfs heftige ruzie, maar jij hoort er wel bij. Er zijn echter ook groepen di er niet bij horen: zij behoren tot een ander volk, groep of familie; zij zien er anders uit, hebben andere gewoonten, hangen een vreemde religie aan, spreken een andere taal.

De oplossingen

In elke samenleving bestaan hechte groepen. Families en vrienden horen bij Ons Soort Mensen. Anderen deugen misschien ook wel, maar die ken je niet zo goed. Wellicht herken je ze wel als lieden die bij jouw groep zouden kunnen gaan horen. Als ze dezelfde taal spreken, er ongeveer hetzelfde uitzien, vergelijkbaar of herkenbaar gedrag vertonen, is nader contact goed mogelijk. Een plaatsgenoot elders in het land, een landgenoot elders in de wereld, haal je er zo uit! Is het niet de streektaal of het Nederlands waar herkenning op gebaseerd is, dan is het wel uiterlijk en gedrag. Maar mensen die een andere taal spreken, er anders uitzien, ander gedrag vertonen, wekken wellicht je interesse, maar de kans dat ze je vrienden worden, of je partner, is kleiner dan bij mensen die je herkent als van jouw soort. De bioloog Richard Dawkins ziet daarin de dwingende kracht van onze genen: je probeert je genen te laten overleven en daarom help je je kinderen, kleinkinderen, verdere familie, maar niet wie geen genen met jou deelt, tenzij je daar zelf voordeel bij hebt.

Elke samenleving bestaat uit groepen en subgroepen, met onderlinge bindingen en scheidslijnen. En iedereen is feitelijk jouw concurrent. Al binnen een gezin concurreren kinderen om de aandacht en waardering van hun ouders, met anderen concurreren zijn op school, op de huwelijksmarkt, de arbeidsmarkt, de woningmarkt. Zolang die concurrenten leden zijn van jouw familie, vriendkring, groep of volk, is dat aanvaardbaar: die band verhindert het uit elkaar drijven van bevolkingsgroepen. Mocht je al angst hebben voor jouw positie op een van die markten, of daadwerkelijk posities verliezen, dan richt je je boosheid op de anderen, de onbekende anderen, bij voorkeur de vreemdelingen. Dan gaan racisme en discriminatie een rol spelen, ook al hebben die anderen geen andere rol gespeeld op die markten dan jouw familie, vrienden en groepsgenoten. Er is grote kans dat die angst en boosheid zich richten op groepen die klein en zwakt zijn en helemaal geen concurrent zijn op welke markt dan ook. Je kunt immers beter vechten tegen een zwakkeling dan tegen iemand die sterker is dan jijzelf. Wilders en andere populisten in Europa wijzen op de migranten en vluchtelingen als onze concurrent. Trump wil de grenzen van de VS sluiten voor moslims, die allemaal jihadisten zijn, en voor Mexicanen, die allemaal drugscriminelen en verkrachters zijn. En als de bedreiging van jouw positie veroorzaakt wordt door het beleid van leden van de politieke, maatschappelijke en economische elite, dan is dat nog geen reden om tegen die elite te strijden: die categorieën zijn niet helder afgebakend en herkenbaar, en zeer onbenaderbaar en onbereikbaar. Dus richt je je woede op de meest nabije, zichtbare, zwakste ander: de immigrant, de vluchteling, de vreemdeling, de “elite” die dit allemaal heeft laten gebeuren.

Pas als er verkiezingen zijn heb je de mogelijkheid de politieke elite een poepie te laten ruiken. Dan stem je tegen wat die lui voorstellen, dondert niet wat zij voorstellen, dat is toch te ingewikkeld en daar wordt bovendien over gelogen. Zijn zíj ergens voor, dan ben jíj daar tegen, zijn zij ergens tegen, dan ben jij dus daarvoor. En willen zij dat jij op hun kandidaat stemt, dan stem jij op een kandidaat die zegt dat hij anders is en absoluut niet tot de politieke elite behoort. Zo worden scheidslijnen en vijandbeelden gecreëerd: wij, het volk, wordt bedreigd door vreemdelingen en de heersende elite doet daar niets tegen, die is alleen geïnteresseerd in continuïteit van haar positie.

In tijden van voorspoed en inkomensherverdeling en inkomensgaranties zal de angst en de woede weinig mensen bezighouden. Dat wordt anders in tijden van toenemende schaarste. Dat gebeurt in Afrika, bijvoorbeeld, door de bevolkingsexplosie en het gebeurt in Europa door immigratie, de komst van vluchtelingen en de financieel-economische crisis. Wanneer mensen worden belazerd door financiële instellingen, diezelfde instellingen met belastinggeld worden gered van hun zelfgecreëerde ondergang, terwijl de slachtoffers van die crisis niet gered worden als ze hun baan of huis verliezen, of zouden kunnen verliezen, ja, dan neemt de woede toe. Trump wist daar handig op in te spelen, door terugkeer te beloven van de naar het buitenland vertrokken industrie. Dat kan door hoge invoertarieven, maar dat maakt de in het eigen land geproduceerde of uit het buitenland geïmporteerde producten wel flink duurder. Wel werk, maar ook armer, is daarvan het resultaat. Maar dat zei Trump er niet bij.

De angsten van het gewone volk zijn dus terecht; zij vrezen voor hun toekomst. De oplossing die populisten kiezen ligt voor de hand maar is nauwelijks werkzaam: het is mogelijk immigranten en vluchtelingen de toegang tot het land te ontzeggen, dat neemt de druk op woningen, banen en uitkeringen slechts voor een klein deel weg. Want in tijden van crisis neemt de concurrentie om banen en uitkeringen ook toe zonder immigratie.

Het liberalisme zal het tij niet keren. Dat blijft vertrouwen op de markt, zelfs als is aangetoond dat de markt net zo goed kan falen als een planeconomie. De sociaaldemocratie heeft alle kansen om in te grijpen laten lopen; ook zij gelooft in de markt en laat de ontslagen werknemers in de kou staan. Tegen racisme en discriminatie verzet zij zich gelukkig wel, al neemt ze de oorzaken niet weg. Oproep tot wederzijds begrip is zinloos. Je angst en woede zullen alleen verdwijnen als er zekerheid ontstaat dat je toekomst veilig is. De sociaaldemocratie had dit kunnen doen door de particuliere ondernemingen (die banken nu eenmaal zijn) niet te redden, werklozen banen aan te bieden, bijvoorbeeld door een grootscheeps programma voor wamte-isolatie van gebouwen te starten, het huis van mensen die het niet meer kunnen betalen, zo nodig te kopen voor de prijs die het waard is volgens door de overheid vastgestelde ozb-waarde, als een gek goedkope huizen te bouwen als er migranten en vluchtelingen komen zodat huren niet worden opgedreven en wachtlijsten snel korter worden. Creatieve politici zouden hiervoor nog meer ideeën kunnen verzinnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *