EEN BEETJE ECONOMIE: SPECULEREN

Hoewel markten zelden of nooit goed werken (zie mijn artikel MARKTDENKEN), gehoorzamen sommige producten aan de “wet van vraag en aanbod”: neemt het aanbod toe in verhouding tot de vraag, dan daalt de prijs, en omgekeerd, neemt het aanbod af in verhouding tot de vraag, dan stijgt de prijs.  De vraag neemt namelijk alleen toe bij eden lagere prijs, en neemt af bij een hogere prijs. Neemt in een plaats het aantal pizzeria’s sterk toe, bij gelijkblijvend inwonersaantal en dezelfde besteedbare inkomens, dan worden er alleen meer pizza’s verkocht als de prijs (gemiddeld) lager is. Het aanbod zal slechts zo ver toenemen en de prijs van pizza’s zo ver dalen tot de eigenaar er verlies op gaat lijden. Bij vermindering van het aanbod zal de prijs stijgen (men koopt mindert pizza’s en kiest daarvoor ander, goedkoper voedsel), en als dat de verkoop van pizza’s winstgevender maakt (ondanks kleinere omzet), zal het nieuwe pizzeria’s aantrekken, waardoor het aanbod stijgt en de prijs weer afneemt.

Vraag en aanbod tenderen dus steeds naar (nieuw) evenwicht, ook na verandering van aanbod of vraag! Adam Smith noemde dit in 1767 de werking van de “onzichtbare hand”: alsof er een onzichtbare kracht bestaat die ervoor zorgt dat vraag en aanbod steeds naar een evenwicht neigen, bovendien bij een  lage, voor beide partijen acceptabele prijs.

Pizza’s zijn er om op te eten, je bewaart ze niet om later een lekkere pizza duurder te kunnen doorverkopen. Pizza’s zijn immers bederfelijk! Iets kunnen bewaren voor later of langdurig gebruik bestaat ook, bijvoorbeeld meubels, computers, kleding: de gebruiksgoederen. Maar ze gaan niet eeuwig mee!

Sommige goederen zijn bijzonder geschikt om ongewijzigd door te verkopen: goud, edelstenen, waardepapieren (aandelen, obligaties): je koopt ze om er hetzij enige tijd inkomen uit te krijgen (aandelen gever dividend; obligaties geven rente), hetzij om ze later te kunnen inwisselen (verkopen) als je geld nodig hebt (aandelen, obligaties, goud, juwelen). Dat soort goederen dienen dus hun waarde te behouden, of beter nog: in waarde toe te nemen.   Goederen die in waarde kunnen toenemen zijn bijvoorbeeld: schilderijen van beroemde meesters, klassieke auto’s, antiek. Alleen de kenner zal hierbij winst maken!

Bij goederen die zich lenen voor belegging doet zich een merkwaardig fenomeen voor: als de prijs stijgt neemt de vraag niet af (zoals bij pizza’s) maar toe! Zodra de prijs stijgt en die stijging even aan houdt, kopen tal van (nieuwe) speculanten dat goed om het even later voor een nog verder gestegen prijs te verkopen: kassa! Een slimme speculant koopt bij een stijgende prijs en verkoopt als de prijs niet verder stijgt. Het enige probleem is: goed kunnen inschatten wanneer de prijs niet verder zal stijgen; wie te vroeg verkoopt mist immers een leuk stukje winst. Echter, wie te laat verkoopt, maakt weinig of geen winst of lijdt verlies.

Probleem is, dat je de prijsontwikkeling pas ziet als er handel is en je dus de prijsontwikkeling ziet; je kent het verleden, maar niet de toekomst. Speculeren lijkt op gokken. Bij beleggingsgoederen die gekoppeld zijn aan een bepaalde waarde, zoals bij aandelen het geval is, lenen zich minder voor speculeren: hun waarde is afhankelijk van het succes van het bedrijf dat die aandelen uitgeeft. Een bedrijf kan failliet gaan, waardoor zijn aandelen waardeloos worden, maar tal van bedrijven bestaan al lang en doorstaan zelfs crises. Die aandelen zullen niet sterk in waarde stijgen of dalen: worden ze te duur in verhouding tot de prestaties van dat bedrijf, dan kopen de beleggers goedkopere aandelen van andere bedrijven. Toch kan ook in dat geval een heftige marktbeweging ontstaan; een aanvankelijk geringe prijsstijging lokt speculanten aan, die door hun aankopen de prijs verder opdrijven. Tot de eerste speculanten hun winst gaan verzilveren, de prijs daalt en nog meer speculanten hun aandelen aanbieden. De prijs van aandelen schommelt dus meer of minder hevig rond een bepaald gemiddelde dat parallel loopt met de waarde (prestaties) van het betreffende bedrijf. Je kunt ook in valuta’s beleggen; hun waarde is enigermate gekoppeld aan bepaalde andere valuta’s, dus beperkt volatiel. Wil je rijk worden met valutaspeculatie dan moet je grote hoeveelheden dagelijks verhandelen bij geringe prijsschommelingen; dan begint speculeren op werken te lijken!

Er zijn echter ook beleggingsgoederen die los staan van een achterliggende waarde. Een voorbeeld is de bitcoin (en andere virtuele nieuwe munteenheden). De bitcoin was bedoeld als nieuw digitaal betaalmiddel, buiten de bankwereld om, maar werd een gewild beleggingsproduct: elke prijsstijging leidt tot meer vraag en dus nog verdere prijsstijging, ongeremd door enige koppeling aan andere valuta’s of productiviteit van bedrijven. Juist de snelle en sterke prijsstijging lokt nieuwe beleggers aan, tot de voorzichtigste beleggers hun winst gaan verzilveren, de prijs daalt, nog meer bezitters van bitcoins hun winst willen pakken voor het te laat is, met als gevolg het instorten van de prijs! Wie geld wil winnen met bitcoins of andere vrij zwevende valuta, moet constant (echt dag en nacht!) de prijsontwikkeling volgen en onmiddellijk veel kopen en verkopen. Dat is nog vermoeiender dan werken!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *