Actualiteit

De bankencrisis

De bankencrisis die in 2008 begon houdt de westerse wereld al jaren in zijn greep. Banken krijgen nog steeds overheidssteun, op kosten van de burger. De finananciële wereld bepaalt de politiek van bezuinigen op publieke uitgaven en het overhevelen van het uitgespaarde geld naar de financiële sector. Dat deze bezuinigingen de economie verder in het slob helpen is al betoogd door topeconomen waaronder Joseph E.Stiglitz en Amartya Sen. Ministers redeneren als individu: “Als ik teveel uitgeef moet ik ook bezuinigen.” Macro-economisch werkt dat echter anders: bezuinigingen verlagen inkomens, zelfs meer dan de omvang van die initiële bezuiniging. Daarmee de belastingopbrengsten. Tegen elke Euro bezuiniging staat minstens een Euro minder belastingopbrengst.  Het overheidstekort neemt daardoor niet af, maar toe. (In Nederland in 2011 4,4%, in 2012 4,6%, dankzij de miljarden bezuinigingen.)

Het argument voor bankensteun is: “Banken zijn te groot om om te vallen; dan stort het hele betalingsverkeer in.” Conclusie: het betalingsverkeer moet niet in handen blijven van particuliere marktpartijen die andere belangen hebben dan de bevolking. Banken zijn ooit opgericht om het betalingsverkeer van kooplieiden te vergemakkelijken. Intussen gaan alle betalingen via banken: je salaris, je uitgaven, je spaargeld, je investeringen, je leningen. Dat brengt zoveel geld in kas bij de banken dat ze er mee kunnen goochelen. Gaat het goed dan is iedereen blij, gaat het mis dan springt de staat bij! Wie zou die luxepositie ook niet graag willen?

Overigens: als een bank failliet gaat stort het betalingsverkleer niet in;  wel de aandelenkoersen en de banen in de bank, en daarmee de positie van directeuren en hun bonussen. Na het faillissement kan de overheid de boedel voor een appel en een ei overnemen en het betalingsverkeer op gang houden.

Dan nog een opmerking over de overheden die te hoge schulden hebben gemaakt. Daar stond iedereen achter: de politici omdat ze op die manier extra dingen kunnen doen voor de burger zonder de belasting dekkend te maken, dus te verhogen; dus ook leuk voor de burger, en leuk voor de beleggers, die nu hun geld niet in de vorm van belasting kwijt raken, maar tegen vergoeding aan de staat mogen uitlenen. In tijden van ecconomische groei is dat geen probleem: groei betekent hogere bealstinginkomsten, waaruit de schulden kunnen worden betaald. Het wordt pas een probleem als de groei stokt, zoals in 2008. Dan zijn voor aflossing van schulden geen extra belastingmiddelen aanwezig en moeten er nieuwe leningen worden afgesloten om oude te kunnen aflossen. Tot de schuld zo hoog werd dat er steeds weer hogere leningen nodig waren om oude af te lossen, een soort piramidespel dus. Dat geldt vooral voor Griekenland, maar ook voor andere landen. Er wordt in de crisis door staten niet minder, maar meer geleend. En nog steeds is dat voor beleggers een leuke tijd: de rente in de schuldenlanden is veel hoger dan daarvoor. Om die verhoogde schulden te kunnen terugbebetalen moeten de burgers extra bloeden. Crisis is geen armoede voor iedereen; het is een inkomensverschuiving van arm naar rijk. Zou dat de reden zijn dat de crisis zo lang duurt en Europese leiders nog steeds geen passende maatregelen treffen om de zaken grondig in handen te nemen? Wie spelen feitelijk de baas in de wereld?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *